Geschiedenis

EEN BURCHT EN PALEIS

Het Alhambra begon als fort van de Visgoten. Toen de sultan Mohammed I ibn Nasr de strategische waarde van de Sabika heuvel inzag besloot hij hier zijn paleis te bouwen. Het was het begin van het hedendaagse Alhambra.

De reden dat er niet veel schilderijen van het Alhambra zijn te vinden, is omdat dat in die islamtische cultuur niet was toegestaan. Wel was het toegestaan om gebouwen en mensen te beschrijven. Dit is de reden dat we toch weten wanneer bepaalde paleizen en delen van het Alhambra zijn gebouwd.

De naam Alhambra

Hoewel het aannemelijk maar niet is bewezen dat de Romeinen iets hadden neergezet op de Sabika heuvel, is het eerste bewijs te vinden in veldslagen tussen de Arabieren en de Muladies, ver na de Arabische bezetting van het Iberisch schiereiland (het hedendaagse Portugal en Spanje). Dit was rond het jaar 900 na Christus. De beschrijvingen gaan over een rood kasteel, dat vrij klein was en waarvan de muren niet geschikt waren om een leger te weerstaan. Er wordt gesproken over een rood (al hamra) kasteel (qalat), oftewel qalat al hamra, later verbasterd naar kasteel Alhambra.

Tales of the Alhambra

Een van de eerste schilderijen is gemaakt door José de Hermosilla, een Spaanse architect die leefde van 1715 tot 1776. Hij schilderde View of the Alhambra from the Torres Bermejas Castle in 1767 (bovenaan deze pagina). In 1830 kreeg het Alhambra veel meer bekendheid door Washington Irving. Deze Amerikaanse schrijver woonde in Granada en schreef ‘Tales of the Alhambra’. Hoewel het niet mogelijk was voor het publiek om het Alhambra te bezoeken, vroeg hij een bezoek aan wat werd toegewezen door zijn beroemdheid. Het boek beschrijft het paleizencomplex maar er staan ook mythen in en waargebeurde verhalen. Zo beschrijft hij de verwoesting die de Fransen onder Napoleon achterlieten in 1812, en de schade die de aardbeving van 1821 achterliet.

Hij geloofde dat zijn beschrijvingen de ware schoonheid van het Alhambra nooit zouden kunnen omschrijven. Het boek was belangrijk in het bekend maken van het Alhambra bij het westerse publiek. Het zorgde voor een nieuwe stroom aan toeristen die graag het paleis wilde zien, dat toen nog in private handen was. Het boek heeft ervoor gezorgd dat een stadje bij het Amerikaanse Los Angeles nu zelfs Alhambra heet.

Van fort van de Visgoten tot paleis van de Ziriden

Het verhaal van het Alhambra begint eigenlijk met het rode fort van de Visgoten. Hierover is helaas niets bekend, behalve dat het een rood kasteel was. De bekende geschiedenis van het Alhambra begint iets later. Nadat het kalifaat van Córdoba instortte in 1009 begon een burgeroorlog in het zuiden van Spanje. De Ziriden kwamen als winnaar uit de strijd, en vanaf dat moment werd de regio Granada bestuurd door deze groep berbers. Hij riep ook een koninkrijk uit: Taifa van Granada. Ze bouwden drie forten waarvan het fort op de heuvel van Sabika (al-Qasaba al-Jadida) later werd gebruikt als fundament voor het Alcazaba. Het werd gebouwd op de fundamenten van het rode kasteel van de Visgoten. Een van de machtigste bestuurders in die tijd was de joodse Samuel ha-Nagid. Hij bouwde zijn eigen paleis op de heuvel, waarschijnlijk op de plek van de huidige paleizen. Helaas is hier niets van overgebleven, ondanks het feit dat er klaarblijkelijk tuinen stonden en stromend water was.

Nasriden

In het jaar 1228 woedde de zoveelste burgeroorlog tussen de Arabieren uit Al-Andaluz. In de tussentijd was de reconquista in volle gang, de christenen uit Aragon en Castille veroverden stad na stad; Córdoba in 1236 en Sevilla in 1248. In de tussentijd stond er een lokaal verkozen leider op die steeds meer steun kreeg in de regio: Mohamed Ibn Al-Ahmar. Hij zou Mohamed I worden en aan het roer staan van de langst regerende dynastie in het zuiden van Spanje: de Nasriden. In 1238 streek Mohamed I neer in Granada en verbleef eerst in het kasteel van de Ziriden verblijven. In hetzelfde jaar beval hij echter om er een nieuw paleis en burcht neer te zetten. Hij beklom de berg en gaf direct aan hoe groot het nieuwe paleis moest worden. Nog datzelfde jaar was er een kanaal gegraven dat het water omhoog kon brengen. In de jaren die volgden zou het Alhambra getransformeerd worden tot een complex, met paleizen, tuinen (Generalife) en een eigen irrigatiesysteem.

Van Mohamed I naar Mohamed V

De latere heersers van de Nasrid dynastie veranderden het complex continu. Delen werden verplaatst, uitgebouwd, veranderd en gerepareerd. De enige elementen die uit de tijd koen van Ibn al-Ahmar zijn sommige muren aan de westelijke kant van de Alcazaba. Het oudste grote paleis is de Palacio del Partal Alto, waarschijnlijk gebouwd door Mohammed II. Ook de Palacio del Exconvento en de Palacio de los Infantes komen uit die tijd. Mohammed III was dan weer verantwoordelijk voor de Partal Palace, evenals de originele moskee uit die tijd. Hier staat nu de kerk van Santa Maria. Na Mohammed III kwam Nasr, welke van 1309 tot 1314 regeerde. Hij deed niets veel met het Alhambra complex. Toen hij in 1314 werd afgezet door Ismail I, begon hij een significante verandering. In de 11 jaar dat hij heeft geregeerd is hij begonnen met het Comares paleis. Ook is hij begonnen met de Rawda, een mausoleum. In 1325 werd Ismael vermoord, toen werd zijn zoon Mohammed IV sultan.

In 1333 werd ook Ismael op 18-jarige leeftijd vermoord en besteeg Yusuf I de troon. Hij werkte verder aan het Comares paleis, evenals het begon van de Hall of Ambassadors. Zijn opvolger Mohammed V werkte weer verder aan het Comares paleis en begon met het paleis van de leeuwen, te zien op de afbeelding hiernaast. Hij werd gezien als de meest intelligente sultan van de Nasriden, hij liet ook schilders uit Sevilla delen van het Alhambra schilderen als culturele uitwisseling, en had een grote passie voor astronomie. Hoewel de Nasriden dynastie nog wel honderd jaar zou duren, werd er hierna niet veel meer veranderd aan het Alhambra.

Vooral in de laatste 15 jaar verloren de Nasriden veel terrein aan de machtigere legers van Castille. Uiteindelijk moest de laatste sultan, Mohammed Abu Abdallah, zich in januari 1492 overgeven en kreeg hij de toestemming om het Alhambra met zijn hele hof en leger te verlaten naar de Sierra Nevada. Boabdil, zijn bijnaam, verliet het door de poort die later bekend kwam te staan als de Puerta de los siete suelos. Het is een poort die het einde symboliseert van het moslimtijdperk in Spanje.



De tijd van de christenen

Toen de laatste sultan van de Nasriden, Mohamed XII, zich in 1492 overgaf aan de christenen nam hij de lichamen van zijn voorvaderen mee uit het complex. Dit werd bevestigd door de Spaanse archeoloog Leopoldo Torres Balbás, die zeven lege graven vond tijdens zijn werkzaamheden aan het Alhambra. De christenen, onder de indruk van de pracht en praal van het Alhambra, begonnen toch bepaalde dingen te wijzigen. Er werd veel witkalk gebruikt wat de originele beschilderingen, veelal Arabische teksten, beschadigde of liet verdwijnen.

Het paleis van Karel V, Granada de hoofdstad van Spanje?

Keizer Karel V (Charles I in de Spaanse geschiedenis) was een telg uit de Habsburg familie, die behalve landheer van de Habsburgse Nederlanden ook koning van Spanje was. Na zijn huwelijk in 1526 met Isabella van Portugal bracht hij een groot deel van zijn huwelijksreis (6 maanden) door in het Alhambra. Hij herbouwde delen van dit indrukwekkende paleis in renaissance stijl en liet bovendien zijn eigen paleis bouwen wat bekend kwam te staan als het paleis van Karel V. Dit kwam op de plek te staan van het winterpaleis. Hij vond het Alhambra zo mooi dat hij van Granada de hoofdstad van Spanje wilde maken. Ware het niet dat zijn zoon en opvolger in 1561 de rechtbank naar Madrid verplaatste waardoor dat de feitelijke hoofdstad werd.

Verdere achteruitgang van het Alhambra

In de jaren hierna raakte het Alhambra verder beschadigd en werden delen vernietigd om plaats te maken voor Philip V of Napoleon. De troepen van de Franse veldheer bezetten het paleis tussen 1810 en 1812 en versterkten hun positie ten koste van het Alhambra. Toen zij het complex evacueerden in 1812, besloten ze alles op te blazen om gebruik ervan door de Spaanse troepen te verhinderen. Acht torens werden opgeblazen, de Spaanse soldaat José Garcia slaagde erin om de lonten van het dynamiet onschadelijk te maken. Hij heeft er in feite voor gezorgd dat de restanten van het Alhambra zoals wij het kennen bewaard zijn gebleven.

Restauratie van het Alhambra

Het jaar 1821 was het laatste jaar van achteruitgang, en dit keer kwam het niet door mensen maar door een aardbeving. Hierna begon de grote restoratie in 1828. José Contreras was de architect/archeoloog die het onder handen nam. Toen hij in 1847 overleed, zette zijn zoon het werk voort totdat ook hij in 1890 overleed. Hierna zette de kleinzoon van José Contreras het werk voort.

Later heeft ook architect Leopoldo Torres Balbás belangrijke werk verricht in de restauratie van het Alhambra. Behalve het vinden van de lege graven en daarmee de bevestiging dat de Moorse koningen hier niet meer begraven lagen, opende de jonge archeoloog ook zuilengangen die waren dichtgemetseld, verving hij tegels die ontbraken en installeerde bijvoorbeeld ook het missende plafond in het paleis van Karel V.

Een voorbeeld van het werk van Leopoldo Torres Balbás vind je hiernaast: voor en na de restauratie van het Partal paleis